Gemeentefinanciën

Om alle taken van de gemeente behoorlijk uit te voeren is heel wat geld nodig. Maar net als een huisgezin moet de gemeente verstandig en doeltreffend met het geld omspringen. Zij kan maar zoveel geld uitgeven als er binnenkomt. De balans moet dus in evenwicht zijn.

Een gemeente heeft inkomsten - denk maar aan de belastingen - maar ook uitgaven: de betaling van het personeel, de aankoop van materiaal, het vernieuwen en onderhouden van wegen en gebouwen,  subsidies aan de brandweer, politie, OCMW...

Alle cijfers in verband met inkomsten en uitgaven staan vermeld in de jaarlijkse gemeentebegroting "budget". Dat is een heel gedetailleerde schatting van de bedragen die de gemeente voor haar diverse taken mag uitgeven en van de inkomsten die zij in de loop van een jaar verwacht. Elk jaar moet de begroting aan de gemeenteraad ter goedkeuring voorgelegd worden.

De voornaamste bronnen van inkomsten zijn:

  • gemeentebelastingen;
  • toelagen van een hogere overheid:
    Het gemeentefonds zorgt voor de basisfinanciering van de gemeenten, op basis van:
    * centrumfunctie (actieve bevolking werkzaam in de gemeente en het aantal leerlingen en studenten dat er onderwijs volgt);
    * fiscale armoede (gemeenten krijgen meer waar de opbrengst laag is van de personenbelasting en het belastbaar kadastraal inkomen);
    * oppervlakte van de open ruimten (bos, woeste gronden, akkerland, grasland….);
    * sociale maatstaven (aantal personen met een WIGW-statuut, werklozen met een lage scholingsgraad, geboorten in kansarme gezinnen, bewoners van sociale huurappartementen, leefloners);
    Daarnaast is er een bijzondere financiering voor de steden en de kustgemeenten. In het gemeentefonds is ook een basisfinanciering voor de OCMW’s opgenomen;
  • retributies: betaling van prestaties die de stad levert.